Geen categorie

Een biopsychosociale blik

Met veel plezier ben ik dit jaar begonnen aan een opleiding in de seksuologie. Een van de eerste dingen waar ik bewuster van wordt,  is dat de seksuologie al lange tijd niet meer benaderd wordt door het ‘driftdenken’ onder andere  gevormd door Freud, maar vanuit een “biopsychosociale” benadering. In deze benadering is er plaats voor de lichamelijke (biologische), psychologische en sociologische aspecten die een rol spelen bij seksuele behoefte, seksuele beleving en seksueel gedrag (uit Sexcounseling, van Marijke IJff). Als Gestalttherapeut komt me dit bekend voor, alleen vanuit de gestalt wordt het benoemd als het hele veld betrekken, de wisselwerking tussen individu en dat veld, of omgeving, en gaat het meer om een zogenaamde holistische benadering. Bij het luisteren van een podcast van psychiater Paul Verhaege vallen dingen samen en voel ik een behoefte opborrelen om er een samenhangend geheel van te bloggen….

Biopsychosociale model

Volgens Verhaege is het zogenaamde biopsychosociale ‘kijken’ al langer belangrijk en bekend, niet alleen binnen seksuologie, maar in het hele kader van gezondheid en ziekte. Maar is het lange tijd slechts een mooi idee geweest, waarbinnen de biomedische blik dominant is (geworden). Dit is onder andere te verklaren doordat via  allerlei maatschappelijke en religieuze invloeden het lichaam in de loop van de tijd meer en meer opgevat werd als een te onderzoeken mechaniek. De opkomende (medische) wetenschap en de vrijheid alles te onderzoeken heeft veel gebracht. De schaduwkant is dat de natuur en het menselijk lichaam versmalt zijn tot ‘dingen’. Ook het christelijke neerkijken op het lichaam, als slechts ‘het vlees’ heeft hierin bijgedragen, maar heeft dus ook de moderne wetenschappelijke geneeskunde met al haar resultaten mogelijk gemaakt. (uit de brochure “Wij en ons lichaam” van de PKN). Het dualisme, een scheiding tussen lichaam en geest, is hieruit voortgekomen en in stand gehouden. Het lichaam werd vroeger beschouwd als aards, tijdelijk en verwerpelijk, de ziel, of de geest daar ging het om. Geest ging boven lichaam, ziekte werd gezien als straf van God. Tegenwoordig slaat het eerder de andere kant op, en neigen we naar een perfect en gezond lichaam te streven, bij ziekte zoek je een dokter op en niet meer de kerk. Lichaam gaat boven geest. Het gevaar van dit dualisme, vanuit welke oorzaak dan ook, is dat we niet meer goed ons lichaam aanvoelen en bijvoorbeeld bepaalde lichamelijke klachten, zoals buikpijn, niet kunnen duiden, misschien überhaupt wel niet voelen, en ook niet op kunnen anticiperen. Verhaege pleit in zijn boek Intimiteit en in de podcast voor een holitische, ofwel biopsychosociale visie, en het loslaten van dit dualisme.

Holistische visie

In een holistische visie is alles met alles verbonden. Een geschikte metafoor hiervoor is die van een tandwielenstructuur, waarin de verschillende onderdelen voortdurend met elkaar in interactie zijn. Verander één element, en alles verandert. Dit beeld vind ik ook terug in mijn opleiding. Het volgende modelletje illustreert dit mooi. En zoals mijn opleider zei, als je aan eentje gaat draaien verandert er automatisch ook bij de andere tandwielen iets.

Stress

Verhaege gebruikt als sleutelwoord “stress” om te gebruiken in het holistische netwerk en in deze holistische benadering. De oorzaak van welke stress dan ook, ligt vaak in het psychosociale veld (ziekmakende werkplek, een vechtscheiding, gepest worden etc), de gevolgen zijn medisch/biologisch en psychologisch. Langdurige blootstelling aan stress maakt ons ziek. Lichaam, bewustzijn, omgeving en interacties met anderen vormen een complex geheel waarvan gezondheid of ziekte het resultaat is. Met deze stelling kan het ooit vanzelfsprekende lichaam-geest dualisme aan de kant gezet worden. Stress zorgt voor verstoring in het aanpassingssysteem tussen individu en omgeving, de tandwielen lopen stroef of eentje gaat stilstaan en het hele systeem komt stil te vallen, hapert, versnelt of gaat een andere kant op draaien. Hoe we hiermee omgaan kan onze kwaliteit van leven en gezondheid beïnvloeden. Als we dit bekijken vanuit de tandwielenmetafoor is de vraag niet alleen meer waar precies de oorzaak ligt en of die überhaupt in één veld te vinden is, het is immers een wisselwerking. De vraag is breder geworden en zoekt naar hoe we het gehele systeem in een andere, gezondere balans kunnen krijgen en welke ingang daar in eerste instantie het meest toegankelijk voor is.

Intiem zijn met jezelf

Prachtig deze theorie maar hoe kan ik daar nu mee verder in de praktijk, denk ik dan en jij als lezer misschien ook. En tegelijkertijd is een van mijn beweegredenen voor deze opleiding, juist ook om meer van de biomedische kant van seksuologie te leren. Als ik me teveel ga focussen op deze biologisch/medische dimensie van seksualiteit, is de kans dus aanwezig té narrow minded en eenzijdig te zijn. Iets waarvan ik zojuist gesteld heb dat dit dualisme in de hand werkt. Hier alert op zijn in de praktijk, neem ik me voor. Echter wat vooral indruk op mij maakt, en wat de clue is, in Verhaeges pleidooi, is zijn benadrukking op het hebben van een goede relatie met onszelf. En daarmee bedoeld hij een relatie met het geheel van wie we zijn, dus ook met ons lichaam. Intiem zijn met jezelf. Jezelf kennen en stilstaan bij jezelf. Omdat we de neiging hebben dualistisch met onze geest en ons lichaam om te gaan is het af en toe nodig om de tandwielen een beetje stil te zetten en eens even onder de loep te nemen of ze nog wel lekker draaien.

Vertragen en stilstaan

Vorige week had ik een ervaring bij een supervisiemoment waar ik ervoer hoe goed het is om gewoon even stil te staan, te landen.  We (de gestaltsupervisor en 2 andere collega’s) praatten over de zomer, over hoe fijn het is dat alles dan wat langzamer gaat. Wij allen ervoeren na de zomer, weer een rush, een drukte en ook ander contact met de mensen om ons heen, vluchtiger en oppervlakkiger. In de supervisie sessie was ruimte voor vertragen en voor echt even stilstaan bij onszelf en elkaar. Ik kwam er uitgerust en voldaan van terug, terwijl het toch om 3 uur supervisie ging, waarbij we echt niet alleen gebabbeld hebben over de zomer. Er was alleen geen tot weinig stress, en we waren met volle aandacht aanwezig en dit werkte verkwikkend, er was sociologisch gezien echte verbinding en wederzijds contact. Dit bracht me vervolgens in een hernieuwde verfrissende relatie met mezelf en gaf me energie om weer verder te gaan.  Vertragen, stilstaan bij jezelf en de ander, de intieme relatie met jezelf en je lichaam, nodig voor iedereen en behoorlijk relevant binnen de seksuologie. De seksuologie met haar biopsychosociale benadering zoals ik die nu leer, is wellicht haar tijd ver vooruit en een voorbeeld voor de gehele wetenschap over ziekte en gezondheid. Ik zie er naar uit om al die dimensies nog meer te verkennen, te bestuderen en te integreren in de praktijk. Mijn “tandwielen” gaan er in ieder geval nu al op een andere manier van draaien, de biologische/medische kennis en kunde, de psychologisch besproken fenomenen en de sociale interactie met docent en studenten geven me de juiste flow en input om te hierover te mijmeren, te bloggen, om tot mezelf te komen en bevestigd te worden in wat ik aan het doen ben.  Hoe is jouw interactie met jezelf, met je lichaam, met je omgeving en hoe bewust ben je daarvan, of geef je jezelf ruimte voor om bij stil te staan? Wil je de podcast luisteren die ik gebruikt heb in deze blog om hier verder over te mijmeren en om meer te weten hoe de huidige beeldcultuur dit stilstaan bemoeilijkt? Check dan deze Podcast van Paul Verhaege

 

 

Mijn kemplerverhaal: the story of my life

Als je mij vraagt om te vertellen wat mijn studie EPH (Ervaringsgerichte Psychosociale Hulpverlening) aan het Kempler Instituut voor mij heeft betekent, dan wordt ik als eerste warm van binnen. Dan ontstaan er allerlei gedachten, herinneringen, beelden en flarden tekst en vervolgens is er lichte chaos (en milde paniek). Er is namelijk zoveel over te vertellen, ik heb veel ervaringen opgedaan en het heeft voor mijn werkende maar ook privé- leven veel betekend. De warmte uit mijn binnenste stijgt op naar mijn hoofd, hoe kan ik mijn hoofd koel houden in deze chaos en er iets over schrijven? Gelukkig, het “mantra” wat ik afgelopen jaren me eigen heb gemaakt en heb geleerd tijdens de opleiding schiet me te binnen. Uiteindelijk komt het wel goed … dit geeft de benodigde koelte en rust. Er komt een structuur in mij op, de structuur van een verhaal. Kempler gaat over verhalen, verhalen van mensen zoals jij en ik en welke rol we daarin hebben en mogen nemen. Elk verhaal heeft een begin, een midden en een einde. Zo wil ik ook mijn “Kemplerverhaal” vertellen.

Het begin

Na mijn middelbare school ging ik studeren aan de universiteit, tandheelkunde. Een keuze die destijds heel logisch was. Werken met je handen, werken met mensen, en studeren op wetenschappelijk niveau. Ik had immers vwo gedaan en doorstromen naar het wo hoorde er een beetje bij. Ik heb een leuke studententijd gehad, veel plezier en energie haalde ik uit de sociale kant van de studie, uit mijn studentenvereniging en uit het vrije leven als student. Dat ik tot mijn 65e (toen nog 😉) tandarts zou zijn, daar dacht ik totaal niet over na.. had ik dat maar gedaan. Eenmaal aan het werk benauwde die vierkante millimeters tandweefsel mij. Mensen met een mooi gebit laten stralen dat deed ik graag, maar wat als je ze graag van dieper uit wilt laten stralen? Tandarts-zijn is een mooi vak, een ambacht, maar het paste niet volledig bij mij. En met “halve ziel en zaligheid” werken met patiënten die zich wel volledig aan mij toevertrouwen, dat gaat niet bij mij, dat wringt. Een zoektocht, twijfelperiodes en een worsteling van jaren volgde. Na en aantal jaren SPH studie, een verhuizing, 2 kinderen, en meerdere werkervaringsplekken verder, werd ik actief in mijn kerk. Gezien mijn brede interesse in theologie, filosofie, pastoraat en psychologie ben ik gaan zoeken naar verdieping voor de leiderschapsfunctie, die ik zou gaan innemen in de kerk. En daar kwamen de eerste stappen op het Kempler-terrein. Ik ging de opleiding PPP volgen, een pastorale opleiding, destijds nog onder de vlag van Kempler, omdat de hulpverleningsmethodiek dezelfde is. Met name het uitzicht om door te kunnen stromen naar de therapeutenopleiding gaf mij veel moed en hoop, alhoewel ik ook weinig benul had van wat het nou precies was.  Toch kreeg ik geruststelling en bevestiging, het zou vast ergens goedkomen met mij en mijn niet zo vloeiende carrière.

Het midden

Zoals met vele verhalen, films van Disney, periodes waar je doorheen moet, is het middenstuk soms zwaar en uitzichtloos. Wat ik steeds weer leer, is dat je er doorheen moet, door de tunnel van emoties en gevoelens. Destijds, schreef ik in zo’n tunnelmoment: “heel diep in mij zit een klein stukje geloof voor iets moois” Dat was tijdens het eerste jaar opleiding. Dat eerste jaar was een pittig jaar. Een jaar waarin ik na een aantal jaren worstelen en zoeken, richting aan het vinden was. Maar ook toe kon geven aan het verdriet en de depressieve gevoelens die er waren omtrent mijn zoektocht. Er zijn een heel aantal betekenisvolle momenten geweest die mij hebben geholpen om verder op weg te gaan en om de rode draad in mijn verhaal te gaan vinden.

Stilstaan bij je behoefte

Een persoonlijke herinnering, gaat over een sollicitatieprocedure waar ik in zat en waar ik helaas voor werd afgewezen. Binnen de opleiding is er ruimte om persoonlijke dingen in te brengen, een zogenaamde inbreng, daarnaast is er ook ruimte voor persoonlijke reacties op dingen. Het was al zaterdag en ik zat vanaf het begin van het opleidingsweekend (vrijdagochtend) al met een brok in mijn keel, en een verdrietig gevoel in mijn buik. Ik was afgewezen voor deze sollicitatie, iets waarvan ik diep van binnen van wist dat ze het mis hadden, maar waar ik wel mee diende te leven dat ze mij niet aannamen. Een inbreng, er uitvoerig over praten en het gebeurde uitpluizen, was niet wat ik nodig had. Maar mijn ei wilde ik er zeker wel over kwijt en ik had steun nodig. Het mooie van de opleiding is dat een van de dingen die je leert, stilstaan bij je behoeften is. En mijn behoefte voor dat moment was om deze teleurstelling er uit te gooien. Het verdriet en de teleurstelling te delen. En dat kon en werd gezien. Ik nam zelf een klein initiatief hiervoor, en de groep en de opleider gaven mij de ruimte. Met geen pen is te beschrijven hoe dat moment was, hoe fijn het is om dan gezien te worden. Hoe verdrietig het voor mij ook was, nog kan ik met dankbaarheid terugkijken, omdat het me veel gegeven heeft, de letterlijke bevestiging dat ik het wel in mij heb en dat ze echt de plank misslaan door mij niet aan te nemen, is wat er vooral is blijven hangen. Het gaf moed en hoop om ondanks deze uiterlijke afwijzing, door te gaan, het zou vast wel een keer goedkomen.

Bevestiging en erkenning

Naast het leren wat je behoeften zijn en hierbij stilstaan, is die bevestiging krijgen een heel belangrijk element geweest voor mij tijdens de opleiding. In mijn opleiding voor tandarts had ik een opleider die heel vaag was in haar feedback, ik wist nooit of ik iets nu goed of fout deed, het lag een beetje in het midden. Het maakte me wiebelig en onzeker, dit hielp niet in het uitoefenen van het vak tandarts-zijn. Bevestiging in wat je doet en hoe je het doet is essentieel voor je zelfvertrouwen.  Daarbij gaat het om benoemen van wat goed gaat en ook om het benoemen van leerpunten.

Bevestiging in wat goed ging ervoer ik persoonlijk tijdens een weekend waarin het thema rouw aan de orde kwam. Ik kwam tijdens de lesdagen tot een inzicht dat ik ook mocht rouwen over mijn toekomstplan waar qua werk niks van terecht was gekomen.  Rouwen associeerde ik vooral met dood en ziekte. Ik benoemde dit, en enkel de bevestiging en het zien van de ander, “ja je mag hierover rouwen” was helend. Daarnaast ook de bevestiging die op een ander niveau speelde, de leerstof letterlijk integreren in het leven, dat is het doel van de opleiding en daar kreeg ik bevestiging in.

Bevestiging van mijn leerpunten kwamen aan de orde tijdens een weekend in mijn vierde jaar, toen niet meer de pastorale opleiding, maar de therapeutenopleiding. Ik was een warrig verhaal aan het vertellen over dat ik niet goed wist wat te doen, ik werd overspoeld door de veelheid aan interessante theorieën en methodieken en bleef een beetje in, wat ik noem, mijn “carrièredip-trauma” hangen. Dat wil zeggen, redenen blijven noemen waarom het niet gaat en ik het niet weet  (ik voel me nog  jong, ik heb geen werkervaring, ik heb te weinig cliënten etc..) Sonja, de opleider van toen, kwam behoorlijk fel uit de hoek met een opmerking in de trant van: “als jij nou eens wat minder onzeker was, dan had ik al lang al mijn cliënten naar je toe gestuurd”. Deze opmerking zette precies neer wat ik nog te leren had, niet in de onzekerheid blijven hangen en er in verzwelgen, die neiging had ik soms, maar in beweging komen en gaan. Kort daarop had ik een gesprek met een mede-leider in mijn kerk, het was een rationeel gesprek over iets waar hij zich aan ergerde. Normaliter zou ik er rationeel op willen reageren, om vervolgens te blokkeren doordat ik onzeker kan zijn over wat de juiste woorden en argumenten zijn. Maar ik was nog vol van de energie van dat weekend en kon rechtstreeks teruggeven dat ik het niet ok vond hoe hij mij op een bepaalde manier neerzette, ik werd er boos van en kon dit uitten en aangeven dat ik hier niet van gediend was. Hij was onder de indruk en gaf me gelijk,  wat volgde was een oprecht gesprek van hart tot hart waarin hij zijn eigen zorgen en lastten ook deelde. Zeggen wat je vindt en echt contact aangaan, dat is de uitwerking van de opleiding, en dit is nog maar één voorbeeld van zo’n ervaring….

Kennis en vaardigheden

Naast stilstaan bij je behoeften en bevestiging krijgen is kennis en vaardigheden opdoen op velerlei niveaus voor mij heel verrijkend geweest. Ik vind mensen intrigerende wezens, mijn leven lang ben ik al aan het observeren waarom mensen doen zoals ze doen. Ik probeer vaak het verhaal van de ander te zien als er wordt geroddeld of een oordeel wordt gegeven. Ik wil dingen óók van de andere kant bekijken. Wat is de echte eerlijkheid? Is dit de enige manier om er naar te kijken?  Ik ben anti-zwart/wit. Als mensen bepaalde waarheden spuien, die eigenlijk aannames zijn, dan vraag ik, is dat echt zo? Deze manier van “zijn”, mocht ik binnen de methodiek van Kempler meer en meer gaan uitbuiten en gaan inzetten. “Waarom doen mensen zoals ze doen en hebben ze wat ze hebben?, een welbekend credo van een van de opleiders.  Hoe mooi is dat, je eigen onderzoekende aard, inzetten in het contact met de ander. Het contact daar gaat het om, dogma’s en eenzijdigheden staan contact in de weg, daar ben ik vaardiger in geworden.

Ik hou van lezen, dingen uitzoeken, kritisch zijn naar methodes en technieken. Zodoende kon ik enorm genieten van de brede kennis en ervaring die Kempler mij aanbood. Ik heb me ondergedompeld in de literatuur, als ik aan de beurt was voor een referaat (presentatie van jouw beleving van de relevante literatuur). Ik heb letterlijk veel kennis opgedaan. Op  mijn eigen manier mocht ik  dit verwerken en presenteren. Dankzij de bevestiging die ik hier weer op kreeg, realiseerde ik me meer en meer, dat het weldenkende vwo-meisje, niet verdwenen is, ze hoort bij mij en maakt mij completer in wie ik ben. Er kwam licht in de tunnel en het uiteindelijke goedkomen werd steeds meer werkelijkheid.

Het einde, wat een nieuw begin is..

Nu, zo’n 6,5 jaar later vanaf het begin van de studie, ben ik eigenaar van een praktijk voor individuele en relatie-therapie. Ik mag andere mensen helpen hun verhaal inzichtelijk te krijgen en te ontdekken wat zij nodig hebben, voor zichzelf en/of in hun relatie.  Aan de muur in mijn kantoor hangen 2 bijzondere documenten ingelijst. Mijn Kempler diploma, én ook mijn tandarts-bul. Hoewel ik een tijdlang die bul soort van verafschuwd heb. Ik had er immers niks aan, het had alleen maar (financiële) stress opgeleverd en het voelde als een duur etiketje wat niet op mij paste. Ik heb me ermee verzoend. Sterker nog ik kan nu zeggen dat ik trots ben, het heeft me gevormd in wie ik nu ben. Een therapeut mét een medische achtergrond.

Leren stilstaan bij mijn behoeften, bevestiging vinden, kennis opdoen en vaardigheden ontwikkelen allemaal aspecten die de opleiding mij gegeven heeft. Naast de illustraties die ik gegeven heb hoe dit tijdens de opleiding gegaan is, hebben deze aspecten eveneens mijn relatie, mijn gezinsleven, kerkleven en andere domeinen beïnvloed. Het is te uitgebreid voor dit verhaal, maar mocht je meer hierover willen weten, vraag me gerust!

Nog steeds is het belangrijk om zo af en toe stil te staan bij mijn behoeftes, bevestiging te vragen en te ontvangen en mezelf bij te scholen. Als het bijvoorbeeld dan gaat om bijscholing is er zoveel aanbod, de vraag wat wil ik, en hier tijd en ruimte voor nemen helpt dan. Iets meer dan gemiddeld, tijd en ruimte nodig hebben voor keuzes, reacties en woorden, nog zoiets wat ik tijdens de opleiding geleerd heb over mezelf en wat nog steeds relevant is.  Het gaat minder goed, als ik mezelf teveel vergelijk met die ander. Mijn eerder genoemde “carrière dip-trauma” speelt dan op, ik raak de draad van mijn eigen verhaal kwijt en ben teveel bezig met het verhaal de ander. De rode draad van mijn eigen verhaal leer ik steeds makkelijker weer op te pakken: “uiteindelijk komt het wel goed”.

Dat is ook hetgeen wat ik professionals wil meegeven, en volgens mij is dat toepasbaar in alle werkvelden. Ook als je niet zo’n radicale carrière switch nodig heb maar toch ergens vastloopt en voelt er is meer mogelijk. Jij hebt een verhaal, ken je jouw verhaal? Wat is de rode draad in jouw verhaal? Kun je jouw verhaal constructief gebruiken in het werken met mensen? Of is dat niet toegestaan? Ik weet niet meer van wie de volgende quote is, en of het überhaupt wel een quote is, maar hij is wel toepasselijk als het gaat om verhalen. “De erfenis van je toekomst, wordt bepaald door de pen waarmee je nu schrijft”. Kempler was en is een van de beste pennen in mijn leven, het heeft me geholpen mijn eigen verhaal te gaan leven, en te blijven geloven in een goed einde!

 

September 2018

Mieke Koerts (www.hartenhechtwerk.nl)

Verschijnen

“Do they really show-up?” Dat is wat me bij bleef van de relatietherapie training die ik afgelopen maand volgde. Volgens de trainers, is het verdrietig als mensen scheiden, maar het is pas echt een drama als er nooit authenticiteit geweest is om te kijken hoe compatibel ze werkelijk zijn. Sometimes the bravest _ most important thing you can do is just show up. -Brene BrownDe vertaling van to show-up is verschijnen, of aan het licht treden, of zichtbaar worden. Esther Perel heeft het ook over deze openheid en transparantie naar elkaar in gesprek. In haar podcasts, waar ze een gesprek heeft met echte stellen, proef je iets van deze echtheid.  Hoe authentiek ben je? Wat is je verschijningsvorm?

Two become one en then there is none”, dat is de tweede quote die ik meerdere keren hoorde tijdens deze training. Deze is gestoeld op de theorie dat we eeuwenlang een huwelijk/relatie vorm hebben gegeven aan de hand van het “fusion-model”. Toen er nog duidelijke man-vrouwtaken waren, werkte dit model. Redenen voor een huwelijk waren niet romantisch, maar financieel, praktisch, om te overleven en om voort te planten. Samen-zijn en samenwerken in de afgesproken rollen en patronen was een vorm van (over)leven. Het paste als een puzzel in elkaar en functioneerde. Tegenwoordig hebben we in het westen een relatie vanuit romantische idealen. We trouwen meer uit liefde en passie en steeds minder uit praktische overwegingen.

Fuseren?

We willen nog wel het fusion-model, maar niet meer met de afgesproken rollen en patronen. Nu willen we samengaan op emotioneel, en romantisch niveau. We willen het liefst  een maatje, minnaar en soulmate in een persoon. Als dit niet lukt raken we gefrustreerd en ontstaan er conflicten, scheidingen en andere ellende. De oorsprong van veel conflicten is het ‘niet’ om kunnen gaan met verschil, het niet kunnen verdragen dat het soms niet mooi samengaat. Verschil in mening, achtergrond, levenswijze, uiterlijk, religie, politieke overtuigingen, verschil in behoeften, verschil in zin in seks etc, dat kunnen we vaak moeilijk verdragen. En om die verschillen te elimineren, weg te poetsen, ontwikkelen we verschillende strategieën. We passen ons aan, we trekken ons terug, of we gaan het conflict aan. Bij het conflict, is er vaak een winnaar en verliezer en gaat het om machtsverhoudingen. Bij alle 3 basisstrategieën gaat het erom dat het verschil weg moet, er niet mag zijn. Maar het lastige is als het verschil weg moet, dan zijn we zelf, in wie we zijn, ook weg. Two become one, and then there is none.

Individualisering

Wat we nu juist ontwikkeld hebben ten opzichte van vroeger, is meer autonomie, meer ontwikkelingsmogelijkheden voor mannen én vrouwen. De individualisering zoals we die kennen in het Westen, heeft dus als eerste goede kanten. We kunnen vaak meer onszelf zijn en groeien als persoon. Doordat basale primaire behoeften als eten, kleding en huisvesting in ons Westen vaak wel geregeld zijn en minder een issue zijn. Het fusion-model, met de afgesproken rollen en verwachtingen is niet meer aan de orde in deze tijd. Maar dan stuit je dus op een bepaald moment op die verschillen en daar zijn geen regels en afspraken voor. Hoe ga je dan om met dat verschil, als je niet in de basisstrategieën wilt vervallen? De achtergrond van het verschil kan richting geven in het omgaan met het verschil. Dat is volgens mij de uitdaging in deze tijd waarin we leven. Dán gaat het erom, dat je jezelf laat zien, dat je echt verschijnt, dat je authentiek bent. Het gaat om het exploreren, onderzoeken en stilstaan bij wat de grond voor jouw mening/behoefte is, én wat die van de ander is. Dan is er wellicht overlap, en kan bekeken worden hoe compatibel je bent met de ander, en hoe flexibel je wilt zijn naar de ander. Het gaat om nieuwsgierigheid naar jezelf en elkaar. Dan is er niet altijd passie en liefde, maar wel erkenning en begrip en kan duurzame liefde groeien.

Ik geloof dat de liefde, waar we zo naar op zoek zijn, juist gaat stromen in het contact wat mogelijk wordt gemaakt door het verschil. En dat daar verdieping, verrijking, vrijheid en voeding zit voor relaties en voor onszelf.

Practice what you preach

Om de daad bij het woord te voegen, en echt tevoorschijn te komen, bij deze een stukje van mijn eigen zoektocht naar authenticiteit. Die gaat dan wel niet om mijn partnerrelatie, maar om de relatie met mijzelf. Want ook daarin kan je verschillen tegenkomen die je liever weg wil poetsen, die ingewikkeld zijn en die je soms  liever negeert. Ik heb behoefte aan orde, structuur en vind het fijn om over dingen na te denken en theoretisch te zijn. Ik ben ook creatief, artistiek en heb behoefte aan vrijheid en gewoon gaan met de flow. Deze behoeften zijn verschillend en schuren af en toe behoorlijk aan elkaar. Afgelopen periode heb ik veel in de serieuze theoretische (werk) modus gezeten en dan merk ik aan mijn lichaam, hoofd en gevoel dat ik wat leegloop en niet meer geïnspireerd ben. Tegelijkertijd kost het dan moed en moeite om die andere kant van mij te voeden, het lijkt in eerste instantie gemakkelijk in de serieuze werkmodus door te gaan. Op wilskracht en discipline, dat gaat ook best lang goed. Ik zwicht voor de basisstrategie aanpassen op zo’n moment en ga door met wat er van me verwacht wordt, of vooral wat ik van mezelf moet en verwacht.  Maar als ik echt tevoorschijn kom, dan voelt dat niet als volledig als Mieke, en weet ik dat er iets mist. Het bijzondere is dat, met dat ik dit voor mezelf erken, er voorzichtig al weer iets begint te stromen. Het liefst zou ik nu een zelfgemaakte afbeelding of kunstwerkje ter illustratie van dit proces willen weergeven, zodat het verhaal mooi rond & af is. Zover is het (nog) niet, en misschien is dat maar goed ook. Het is namelijk wel  oplossingsgericht, terwijl het juist om het tevoorschijn komen gaat en niet om het effect of resultaat. De verschillende kanten in mij kunnen een intern conflict teweeg brengen, wat zich manifesteert door de lichte symptomen die ik lichamelijk en emotioneel voel (beetje vermoeid en inspiratieloos). Aanvaarding en erkenning van mijzelf, dat is wat ik nu vooral nodig heb van mijzelf en van liefdevolle anderen. Even geen passie, of grote gebaren, maar vooral een milde nieuwsgierigheid naar mezelf en naar ons als mensen. En hé ik moet ook nog wat te doen en te processen overhouden…to show up, dat is waar het nu om gaat, hoe eng ook…Wat wil jij erkennen als je echt tevoorschijn komt? In relatie met jezelf, en/of met je partner?

Een potje vulling voor 2019

Door een creatieve invulling op de zondagmorgen ontstond inspiratie voor een vervolg van mijn leegte-ervaring blog (zie https://www.hartenhechtwerk.nl/welkom-in-mijn-leegte/) en tegelijkertijd werd mijn creatieve denkproces actueel. Ik geniet ervan hoe dingen soms samenvallen in mijn gepieker, geniet of mijmer mee over potjes, vulling, liefde en discussies…

Potje ervan maken

We mochten, in de kerk notabene, kleien en een potje maken. Nu hou ik wel van een out-of-the-box invulling tijdens een dienst, maar dat dit me zo aan het denken deed had ik niet verwacht. De opdracht was om een potje te maken uit een homp klein, de bedoeling is dat er uiteindelijk een groot kunstwerk van gemaakt wordt, hoe mooi! Wat mij bijzonder raakte was de uitleg bij de vorm en functie van een potje. Een potje is een oeroud model wat al eeuwen gebruikt wordt voor van alles en nog wat.

En het heeft eigenlijk twee basisfuncties: het kan dragen en het kan geven. Het kan vulling ontvangen en vulling uitdelen. Bij een potje gaat dit op een hele duidelijke en overzichtelijke manier, als die vol is stroomt het en als die leeg is, is die leeg. Vanuit een leeg potje kan je niet schenken en bij een vol potje past niets meer bij. Simpel toch?

Hoe gecompliceerd ligt het in ons eigen leven, als we onszelf als een “potje” zien? Gelukkig past op elk potje een deksel. En mogen we er een potje van maken, althans dat was het thema van de bijbehorende zondagsdienst. In de praktijk zie ik echter vaak dat we op verschillende manieren moeite hebben met vulling: goede vulling geven aan de ander, vulling ontvangen van de ander, jezelf leegmaken van vulling (of misschien beter gezegd ballast), onverzadigbaar op zoek zijn naar vulling (of beter gezegd “nepvulling”) en jezelf (laten) vervullen met rust, liefde en vrede.  Ik kan alle kanten op met dit thema, alleen door de actualiteit van de dag heb ik me dit keer laten leiden.

Nashville verklaring

Tijdens het mijmeren over deze blog, barst de discussie over de Nederlandse versie van de nashville verklaring in alle hevigheid los in de media en op social media. Omdat het thema’s zijn die me na aan het hart liggen; seksualiteit, geloof, identiteit en de liefde, volg ik het nauwgezet. Ik vind het heftig en verdrietig om te zien en voelen hoe dit zorgt voor gespletenheid en voor “voors en tegens”. Het gieten van standpunten in een dergelijke verklaring is voor mij beklemmend en star, het voelt statisch, stellig en niet liefdevol. Ook de manier hoe er soms op gereageerd wordt vind ik ongenuanceerd, populistisch en eenzijdig. Tegelijkertijd lees ik ook interessante, constructieve en waardevolle reacties. Er wordt een behoorlijk potje van gemaakt, om in de potjes metafoor te blijven. Ik moet mezelf een beetje beschermen om me niet teveel te laten vullen met alles hierover te willen lezen, kijken en horen en na te denken over hoe ik hierop moet/mag reageren.

Liefde is

“Liefde wordt werkelijkheid in wat we zeggen en wat we doen en in hoe we anderen behandelen”, las ik vanochtend in een overdenking. Liefde overstijgt wat mij betreft meningsverschillen en standpunten, liefde respecteert en accepteert deze. Hoe wijs zijn dan de woorden van de door mij zeer gewaardeerde Dirk de Wachter: “Liefde gaat over de onmogelijkheid van de onvoorwaardelijkheid”. Godzijdank is er op dit moment een televisieprogramma over de liefde op tv, “Liefde is”, waarin de Wachter af en toe van zulke mooie woorden mag delen. Volgens hem ligt de sleutel van de (duurzame) liefde juist in de aanvaarding van het mislukkende. We vatten en verdragen het niet dat het niet lukt. Terwijl het juist in het vastlopen is, dat de schoonheid verschijnt. Het kunnen in “vastlopen-tijd”, doorzetten, dat is de liefde, daar gaat het over. Daar ligt de sleutel, doorzetten. Deze quotes gaan over de duurzame liefde met betrekking tot relaties (aflevering 3), ik denk dat het ook maatschappelijk toepasbaar is. Deze nashville discussie loopt redelijk vast, het maakt mensen boos, bang en verdrietig, juist omdat er zoveel van afhangt bij alle “partijen”. Het lukt niet om hier eenheid over te krijgen, ik vraag me af of dit ooit gaat lukken. Dit verdragen, zou daar de schoonheid in zitten?

Verdragen

Volgens de Wachter gaat het over de vraag, hoe kan ik de ander zo goed mogelijk laten zijn, hoe kan ik voor de ander blijvend liefdevol zijn? Het gaat mij niet om een cliché sausje toe te voegen over de liefde en gericht te zijn op de ander, een flinke discussie mag er zijn. Het gaat mij om waar ben ik wel of niet mee gevuld en wat laat ik stromen naar de ander en in mezelf. Ik zou willen zeggen tegen iedereen die zo druk met deze discussie bezig is, tegen ieder ander en tegen mezelf, laat de liefde werkelijkheid worden. Een beetje verdraagzaamheid over en weer zou fijn zijn.  Dat begint vaak thuis, in het klein, in de “saai-igheid” en gewonigheid en niet in de bubbel van perfectie, uiterlijk en succes (aldus de Wachter). Hoe ga je om met je huisgenoten, collega’s en naasten? Dat begint met de vraag wat de vulling van mijn potje is, wat heb ik te geven en mag ik ontvangen? Voor mij concreet betekent dit af en toe even afstand doen van deze discussie, mijmeren, lezen en stil worden. Het leren verdragen dat deze discussie onaf is, menselijk is en vastloopt op sommige plekken. En me te laten vullen met Liefde.

Voornemens voor een nieuw jaar zijn niet zo mijn ding, elke dag kan een moment zijn voor een voornemen, een keus om iets anders te doen. Alleen toen ik mijn nieuwe, lege, ouderwetse papieren agenda voor 2019 aan het invullen was, bedacht ik me wel, hoe zal ik dit jaar gaan vullen? Door deze discussie ben ik gesterkt in mijn verlangen om dit jaar bij te dragen aan liefdevolle relaties, privé en professioneel.  Het thema vulling, liefde, potje, geven en ontvangen vallen samen in deze eerste blog van 2019, ik wens daarom iedereen een goed potje liefde & verdraagzaamheid toe voor 2019. Én ik neem me van harte voor hier zelf ook mijn potje aan bij te dragen!!!

 

Welkom in mijn leegte

Ik heb een soort “bloggers-block”. Ik wil graag blogs schrijven voor mezelf en voor de ander, ik weet dat een aantal mensen deze schrijfsels waardeert en leest, waarvoor dank!  Al verschillende keren hebben er stukken op papier gestaan, maar op de een of andere manier lukt het niet om een samenhangend geheel te produceren. In mijn hoofd is het te druk met waar het aan moet voldoen, wat zakelijk handig is, welke eventuele signaalwoorden ik moet gebruiken en dat ik wel binnen mijn thema’s moet blijven. Dat werkt dus niet, een blog moet bij mij stromen, stromen uit mijn hart, er is dus eerst iets anders nodig. En dat kwam vorige week, zomaar en onverwacht, als een cadeautje. Ik wil het graag met je delen in deze wat meer filosofische persoonlijke blog.

Mini-retraite

Na een intensieve tijd had ik vorige week zomaar een paar dagen vrij weinig in mijn agenda staan. Veel ruimte en leegte en dat ervoer ik in eerste instantie ook zo, leeg… Enigszins onthand, alleen, onrustig en zoekend naar wat dan toch te moeten doen, dan toch iemand appen om te koffiedrinken? Net alsof zulke dagen zonder opwinding, spanning, drukte en sensatie ook veel langer duren. Op een bepaald moment had ik alle nieuwtjes op social media wel gelezen en besloten geen koffieafspraak te regelen, het was tijd voor het echte werk. Mijn lichaam gaf namelijk aan dat ik rust en stilte nodig had, ik voelde een beetje gejaagdheid in mijn ademhaling en onrust in mijn spieren. Stilstaan en naar binnen keren, dat stond me te doen, ik wist het wel, maar had er eerst niet zo’n zin in. Tijd voor bezinning en reflectie, een soort van mini-retraite gewoon @home en in de natuur. Iets wat mij ondanks de aanvankelijke weerstand elke keer enorm voedt en inspireert. Hoe zit dit precies? Hoe werkt dat? Wat gebeurt er dan? Ik neem je mee in mijn leegte-ervaring.

Kostbare ruimte, alleen in het bos

De weg naar jezelf, de ander en God

Een oud boek van Henri Nouwen, inspireerde mij in het bijzonder, een boek over de weg naar jezelf, de ander en naar God.  De weg naar jezelf gaat over de weg van eenzaamheid naar alleen-zijn. Henri Nouwen herkent ook het proces van jezelf bezig houden, drukte op blijven zoeken en oneindig je postvak checken. Volgens hem is het één grote afleidingsmanoeuvre, die hem meestal afhoudt van de ontmoeting met zijn eenzame zelf, en toch richt hij de lezer juist daarop. Hij zegt: “Door onze eenzaamheid gaandeweg om te vormen tot een diep alleen-zijn scheppen we die kostbare ruimte, waarin we iets kunnen verstaan van onze innerlijke noodzaak – dat wil zeggen van datgene waartoe wij geroepen zijn”. Wauw, vanuit het worstelen met de leegte en met de eenzaamheid kan er ruimte ontstaan, ruimte die inzicht geeft in wie je bent, wat je verhaal is en mag zijn. En het klopt, want door stil te staan ontdekte ik dat, ondanks dat ik niet mega-druk was geweest, er toch veel intense en emotionele momenten en contacten waren geweest. Gaandeweg dit ontdekken en herinneren voelde ik me minder eenzaam maar “gewoon alleen” en dat was toch fijn, voelde ik ruimte om te verwerken en los te laten, en kon ik mezelf rust gunnen, een heerlijke boswandeling maken en deze dagen “niks-doen” (buiten de dagelijkse dingen die een gezinsleven vragen).

Gastvrijheid

Over de weg naar de ander gebruikt hij onder andere het begrip gastvrijheid. “Gastvrijheid betekent in de eerste plaats het scheppen van een open ruimte waar de vreemdeling kan binnengaan en van vijand tot vriend kan worden. Gastvrijheid houdt niet in dat we mensen willen veranderen, ze betekent dat we andere mensen een ruimte bieden waarin veranderingen kunnen plaatsvinden”. En dan even later lees ik: “De meesten van ons zoeken bezigheden, niet de leegte. Als we niets te doen hebben, worden we onrustig. Leegte roept angst op. Zolang ons innerlijk, ons verstand en onze handen bezig zijn kunnen we de confrontatie ontlopen met de pijnlijke vragen waar we ons nooit veel van hebben aangetrokken en die we liever niet op tafel willen hebben”. Oei dat is herkenbaar, ik zoek niet de leegte, de leegte overkomt me een beetje en in eerste instantie wil ik dat niet. Het confronteert me dat die leegte wel nodig is om ruimte te scheppen voor de ander. Ik ervaar namelijk wel degelijk dat vanuit de onrust en vanuit mijn verstand ik mezelf veel meer vergelijk met de ander en meer oordelen heb, niet echt gastvrij. Het is dus voor mezelf, maar ook voor de ander die ik ontmoet, nodig om leeg te worden. Dan pas kunnen we iets leren of groeien, omdat er ruimte is.

Het inzicht, de boodschap, de “stem”, of hoe je het noemen wilt, wordt dan tweeledig voor mij. Ik heb leegte en ruimte nodig om naar binnen te keren, mezelf te voelen en voeden. En tegelijkertijd kan ik als persoon &  als therapeut deze “lege ruimte” ook bieden aan mijn medemens, en gastvrij zijn.

Een vaas, bruikbaar door de leegte binnenin.

Gestalt-therapie

De gestalt-therapie, waar ik in ben opgeleid, gebruikt ook het begrip leegte. Leegte schept de mogelijkheid toe te laten, te accepteren en laat beweging toe. Perls, een van de grondleggers van deze stroming, roept op om je hoofd leeg te maken, het denken opzij te zetten en je zintuigen te gebruiken. Leegte laat gewaar-zijn stromen, zoals de lege holte in een vaas, de vaas bruikbaar maakt, zo doet leegte energie stromen en geeft het leven. Het is vervullende leegte. Ons deel dat bang is van die leegte, houdt ons bezig, leidt ons af, piekert, praat etc. Toelaten is echter een voorwaarde is om los te kunnen laten.

Het begint inderdaad te stromen bij mij, nadat ik de onrust, de leegte, de onaffe emotionele gebeurtenissen en ervaringen, en de ogenschijnlijke eenzaamheid toe heb gelaten. En er is dankbaarheid, rust en stilte. Het is niet zo dat ik nu enorm veel gemediteerd, gebeden, of andere “heilige” dingen heb gedaan. Het was niet hoogdravend, enorm bijzonder of een mega spirituele ervaring. Het is gewoon zijn. En dan klopt het, er is leegte nodig om te leren. Het boekje lees ik uit, het pakt me, ook het laatste stuk, over de weg naar God. De weg die loopt van illusie naar gebed. Het bevestigd me in wie ik ben, wat ik doe en waar ik in geloof. Ik zeg vaak tegen mijn cliënten, we kunnen niet om onze emoties, onrust en gevoelens heen, we moeten er doorheen. In de rol van therapeut die ik dan heb, lijkt het soms alsof ik dat alleen tegen de ander zeg, de ander die vaak met zijn/haar “kwetsbaarheid” bij mij komt. Het kan aan de buitenkant lijken alsof mijn leven er altijd wel beter uitziet. Dergelijke leegte-ervaringen helpen mij om die zogenaamde spanning te verkleinen en om me nederig te houden. Ook ik heb een gids nodig, een begeleider, een raadsman of -vrouw. Deze keer was het Henri Nouwen, met een boekje oorspronkelijk uit 1975 (!!!). Hij moedigt het aan om  dergelijke gidsen in je leven op te zoeken. Niet ter navolging, maar als hulp bij onze pogingen net zo authentiek te leven als zijzelf hebben gedaan. Ik hoop dat mijn persoonlijke leegte ervaring, jou inspireert om af en toe eens stil te staan, je hoofd leeg te maken en gewaar te zijn van dat wat er is. Om eens alleen te zijn, of om misschien een gids te zoeken. Niet omdat het moet, maar omdat het mag en omdat leegte ruimte geeft en vruchtbare leegte kan worden!

Bron: Henri Nouwen, Open uw hart, de weg naar onszelf, de andere en God

Verlangen naar verbinding 2

Rommelige liefde

Mijn vorige blog eindigde met het idee dat we door de wildernis moeten, en mogen leren zelf de wildernis te zijn. Als er iets is wat soms lijkt op een wildernis, dan is dat wel de liefde. Op een bepaald moment voel je intense verbinding met je partner terwijl de volgende dag het ontbijtritueel al een fikse ruzie en kille afstand kan geven. De liefde is rommelig en onvoorspelbaar. Ontrouw is vaak helemaal een puinzooi.  Máár “het biedt ook een uniek kijkje in de spelonken van ons menselijke hart”. Dat stelt een ander boek wat ik naast het boek van Brene Brown lees. Gaat het dan over de wildernis in onszelf?

Vrijheid en relaties

We leven in een tijd waarin individualisme, het leven moet je zelf maken, ultiem genieten, toffe ervaringen opbouwen en het leuk en druk hebben, best een beetje de norm is (ik druk me zacht uit). We zijn losser en vrijer gaan leven. Losser van gemeenschappen zoals kerk, buurt en familie. En vrijer van moralen en (ongeschreven) regels. Onze mogelijkheden zijn ongekend en toch soms praktisch beperkt. We kunnen hele aangename online conversaties voeren met iemand aan de andere kant van de wereld, maar ondertussen moeite hebben met oppas vinden voor ons kindje, omdat iedereen het zo druk heeft.  Wat ik in de praktijk zie, is dat er, ondanks onze verworven vrijheden, veel druk op relaties staat. Juist omdat we daar alles van verwachten, nu we losser zijn van gemeenschappen. Druk als in, het moet goed, “perfect” en bevredigend zijn in alle opzichten (emotioneel, vriendschappelijk, spiritueel en seksueel). Maar ook druk als in, het eerste wat vaak minder prioriteit krijgt bij stress en drukte van gezin, huis en werk, is de relatie en de relatietijd. Vaak lijken de verschillen aan behoeftes dan aanleiding te zijn voor een conflict (de een wil seks en de ander wil emotionele betrokkenheid). Een willekeurige ander, de derde in het spel, biedt dan een “oplossing” of toevlucht voor datgene wat je thuis niet kunt krijgen. Het is de uitvlucht voor een ultiem verlangen naar welke verbinding dan ook. Tijdelijk lijkt het alsof dit verlichting geeft, maar als het geheim in het licht komt dan komen de problemen vaak echt op tafel.

Relaties anno 2018

Hoe is dit toch mogelijk dat in een tijd waarin we veel mogelijkheden hebben, nog nooit zoveel vrijheid en ontplooiingsmogelijkheid hebben gekend, toch een stijging van ontrouw en affaires lijken te zien binnen monogame relaties? Hoe zit dat met ons verlangen aan verbinding? Is dat dan onze wilde schaduwkant? Maar is het geoorloofd die uit te buiten? Wat betekent trouw en ontrouw in relaties? Het boek Liefde in verhouding van Esther Perel is echt een aanrader als je op een open, filosofische manier wil nadenken over hoe we in deze tijd en cultuur relaties, relatievormen en gezinnen zouden kunnen vormgeven. Daarnaast geeft ze veel praktische voorbeelden voor de herstelmogelijkheden na een affaire, het zij samen, het zij niet meer samen.

Herstellen na ontrouw

Zij stelt dat er na ontrouw in een relatie, 3 types stellen zijn die ervoor kiezen om samen te blijven. Partners die in het verleden blijven steken (de lijders); partners die zich aan hun eigen haren uit het moeras trekken en het achter zich laten (de bouwers); en partners die herrijzen uit de as en een betere band opbouwen (de ontdekkers).  Het programma SAMEN, wat ik online aanbied, biedt een handreiking met name voor de bouwers en de ontdekkers, een aanrader als je echt samen verder wilt! (Klik hier voor meer informatie, einde reclametijd 😉) 

Op ontdekkingstocht

Ontrouw is bij uitstek een prachtig en tegelijkertijd ook schrijnend voorbeeld van een thema waarin de omgeving, de therapeut en de betrokkenen in een situatie (kunnen) komen van  een ‘met ons of tegen ons’ of een ‘je bent voor mij of tegen mij’ gevoel. Juist dan is het de uitdaging om niet veroordelend maar ook niet lichtzinnig te zijn. Om eerlijk te zeggen dat iets bullshit is, maar ook om je fatsoen te bewaren. Het is de uitdaging nieuwsgierig, mild en empathisch de ontrouw te onderzoeken en te gaan begrijpen. En om de achterliggende motieven en existentiële behoeftes te gaan ontdekken. Ontrouw kan een symptoom van de relatie zijn, en/maar ook een aanraking van een niet-toegestaan en ontwikkeld stuk in jezelf. Na herstel kunnen jij, je relatie en je partner verdiept en verrijkt zijn door deze heftige ervaring. Dit geloof ik en zie ik in de praktijk (maar uiteraard beveel ik het niet aan om een affaire te beginnen om jezelf meer te ontdekken).

Verlangen, eerlijkheid en vertrouwen

De kernwoorden waar het om gaat bij voorkomen van ontrouw, maar ook bij herstel van ontrouw zijn vertrouwen, eerlijkheid en verlangen. Als jij eerlijk naar jezelf bent over je verlangens is er dan genoeg wederzijds vertrouwen in je relatie, je partner en jezelf om het hierover te kunnen hebben en durf je de kwetsbare kanten hiervan te laten zien? Of, als er sprake is geweest van ontrouw op welke manier dan ook, wil je dan een bouwer of ontdekker zijn in het herstelverhaal? Ik wil je graag inspireren en motiveren door deze blog om dit pad van bouwen en ontdekken te gaan. Tegelijkertijd realiseer ik me dat er soms meer nodig is, misschien overbodig om te noemen, maar je bent welkom. Samen of alleen. Online of in het echt. Met elk verhaal.

Als je meer wilt weten over Esther Perel, maar niet direct het boek wilt lezen, in januari heeft er een interview in de krant gestaan. Hier kun je het artikel lezen.

 

 

Verlangen naar verbinding

Een van mijn favoriete schrijfsters, Brené Brown, heeft weer een prachtig boek op de markt gebracht. Vanochtend heb ik de eerste hoofdstukken gelezen en die hebben best wat losgemaakt. Het maakt me hongerig naar meer en het liefst lees ik nu het hele boek in een ruk uit. Door ervaring ben ik wijzer geworden. De inhoud van het boek beklijft beter als ik er de tijd voor neem. Erover schrijven helpt me erop te kauwen en geeft mezelf een langzaam en gezond verteringsproces (zie vorige blog 😉).

Er bij horen

Het boek gaat nogal over iets. Over er bij horen, over alleen staan, over eenzaamheid en over jezelf zijn. In tijden van polarisatie en extreme meningen, kortweg meer opdeling, ontstaat ook meer eenzaamheid. Verbazingwekkend dat juist binnen een groep gelijkgestemden nou juist niet automatisch sprake is van hechtere banden. Brené onderzoekt dit en brengt onder woorden wat eenzaamheid is. Als gezin (van Brené) hebben zij het dan over “dat eenzame gevoel”. Dat je krijgt op plekken waar je geen levendige verbinding voelt. Gek genoeg kan het dan inhouden dat je heel eenzaam kunt zijn op een verjaardagsfeest met veel mensen om je heen. Terwijl je alleen thuis met je hobby helemaal happy kunt zijn. Alleen-zijn en eenzaamheid zijn fundamenteel verschillende dingen.

Juf Ank enzo

Er is op dit moment in Nederland zo’n collectieve, over-positieve, bijna hysterische wauw factor toegekend aan het populaire programma De Luizenmoeder. Aan de manier waarop ik het hier beschrijf, proef je misschien dat ik deze mening niet helemaal deel. Maar het gelijkgestemde gevoel wat ik om mij heen ervaar geeft mij het gevoel dat ik niet helemaal spoor als ik het programma niet echt leuk vind. Stemmetjes in mijn hoofd zeggen “misschien is het tóch wel leuk”, “je mist écht iets”, “na een paar keer kijken ga je het leuker vinden”, “doe nou maar dan kan je ook meepraten en meezingen met die (stomme ;)) liedjes”, etc.. Vooral het gevoel erbij te willen horen, niet zozeer het programma zelf, maakt dat ik het bijna toch maar ga kijken. Bijna…want als ik echt bij mezelf te rade ga, dan vind ik het wel prima om een ietwat andere mening te hebben en zie ik het als tijdverlies om iets te gaan doen wat ik ten diepste niet wil en niet leuk vind. Nu is dit een relatief simpel voorbeeld, maar het illustreert wel hoe “makkelijk” het kan zijn om je aan te passen aan de heersende groepsnorm en collectiviteitsmoraal om er maar bij te horen, maar is dat dan wel échte verbinding? Als ik in dit geval meedoe, meekijk en mee kan praten, ervaar ik met de ander dan echte verbinding en ervaar ik dan verbinding met mezelf? Uit angst voor de pijn van niet-verbondenheid, zou ik kunnen kiezen voor deze schijnverbinding, ondertussen is dat wel een eenzame positie. Of ik kies voor een ander alternatief, ik trek me terug, hou me afzijdig als het gaat over dit onderwerp, praat een beetje mee, maar ondertussen weet ik er geen bal van af omdat ik stiekem toch niet kijk, net zo eenzaam.

Bullshit en de wildernis

Nu heb ik in dit geval, hier en nu op papier, mijn angst overwonnen en kan ik eerlijk toegeven dat ik de Luizenmoeder geen leuk programma vind en dat ik het lekker niet kijk. Ergens vertrouw ik erop dat de verbinding met mensen om mij heen hierdoor niet beschadigt, deze OK blijft en ik evengoed gewaardeerd ben. Hoe kan het dan dat er toch iets sluimert, wat maakt dat het ook kwetsbaar voelt en spannend om in dit geval moed en eerlijkheid boven gemak te kiezen? We moeten door de wildernis heen volgens Brené, of beter nog; leren hoe we de wildernis worden. Hoe dat verder gaat en wat dat precies inhoudt wordt vervolgd met het lezen van het boek…Ondertussen vier ik mijn persoonlijk overwinning na het zien van de titel van hoofdstuk 5:  Eerlijk zeggen dat iets bullshit is en je fatsoen bewaren. Ben namelijk toch best fatsoenlijk geweest in mijn mening over dat ene programma of is dat niet de essentie van dit hoofdstuk?……

 

Onverteerbaar op je bord

Herken je dat zo’n taai stukje vlees dat veel moeite kost om op te eten? Het begint al met een stoeipartij op je bord, je wilt een klein stukje afsnijden, maar je komt er bijna niet doorheen met je mes. Uiteindelijk scheurt het stuk zich los en kan je vork zich naar je mond verplaatsen. Daar gaat het gestoei verder, al kauwend en malend probeer je het stukje kleiner te maken. Maar het is een nogal stug stukje vlees wat zich niet makkelijk laat verwerken. Op een bepaald moment vind je het goed en slik je het zo goed en zo kwaad als het kan toch maar door. In je maagkanaal aangekomen voel je het zakken, spreekwoordelijk gezegd, als een steen op je maag. Hoe het dan precies verder gaat is even afwachten maar verdere problemen zijn niet onoverkomelijk. Je hebt je buik er letterlijk vol van.

Het is net als het echte leven, soms krijgen je dingen op je “bordje” die letterlijk onverteerbaar zijn en waar je mee stoeit. Het hiervoor beschreven stukje vlees kan je terugsturen naar de ober of naar de kok, want dit is niet te eten.  Dat kan je echter niet doen met de dingen die op je levensbord komen, de dingen die je overkomen. Je hebt het te doen met wat er is. Maar hoe dan als het echt onverteerbaar is? Het kleine mooie jongetje uit de klas van mijn dochter, dat na die verschrikkelijke ziekte het leven hier moest loslaten, dat kun je toch niet even zo doorslikken en verwerken?

Ik merk dat bij het verwerken van een dergelijke gebeurtenis ik stilval, ik heb geen woorden en ik voel enkel leegte en gemis. Witregels.

 

Een groot onverteerbaar verlies.

 

Na deze witregels hoort dit blogbericht eigenlijk te stoppen, dat is de realiteit van zo’n groot verlies. Maar het leven gaat verder. Dat vertaalt zich in het volgende stukje gestoei met gedachtespinsels gegoten in woorden, die hoe dan ook tekortschieten, maar wel een poging doen tot zin zoeken om verder kunnen leven…

De vergelijking met het bord wat je voor je kiezen krijgt gaat dan wellicht nog steeds op. In het begin verzet  je jezelf er tegen, gooi je het bord misschien aan de kant of slik je het in een keer door om er maar vanaf te zijn.  Soms probeer je het, om een hapje tot je te nemen en te verwerken, neem je er tijd, ruimte en aandacht voor. En soms schuif je het bord zacht aan de kant en eet je liever iets anders, wat dan bizar genoeg misschien zelfs lekker smaakt. Persoonlijk helpt mij dit, om het omgaan met wat er op je bord ligt te kunnen handelen. Ik mag me er tegen verzetten, op een bepaald punt kan ik verzet  loslaten en het bord aanvaarden en zelfs een stukje van wat er op ligt toelaten. Er is dan een besef van en….en…, dit maakt dat ik me niet schuldig of bezwaard hoef te voelen. De gevoelens van verdriet, boosheid en waarom -vragen kunnen er volop zijn en geven een aanhoudend gevoel van een brok in mijn keel en onrust in mijn lijf, met alle gevolgen van dien.  Tegelijkertijd kunnen de levenslustige, mooie en zinvolle dingen van het leven er zijn, de stralende zon aan een blauwe hemel, de nabijheid en het leuke bloemetje van die lieve vriendin, dat ontroerende lied, die heerlijke cappuccino en de warme knuffel van een collega.

Je bord delen met anderen kan de maaltijd lichter maken, ik geloof dat we daartoe als mensen bedoeld zijn. Via allerlei vormen kan dit vorm krijgen, mijn vorm hier en nu is deze blog. Ik waardeer het dat je het tot zover hebt willen lezen. Ik heb geen antwoorden voor hoe om te gaan met onverteerbare dingen die ons allemaal overkomen. Behalve dat ik steeds meer ontdek dat je jezelf en de ander een eigen unieke manier mag gunnen hoe om te gaan met wat er op het bordje ligt en dat we elkaar hierin mogen bevestigen. Dat geeft lucht, ruimte en zin. Om het complexe, dubbelzinnige en tegenstrijdige van het leven, te Leven. En om samen de maaltijd écht te kunnen delen.

 

Onuitputtelijk geel in tijden van #metoo

Een blog die niet echt een blog is, meer een samenvatting van een studiemiddag en een uiteenzetting van de kerkelijke en maatschappelijke discussie naar aanleiding van de #metoo. Tegelijkertijd is dit stuk tekst door het schrijven heen een persoonlijk verhaal geworden. Want de thematiek seksueel misbruik en intimidatie raakt mij tot in de kern van mijn wezen en die ander ook. De kern waarin veiligheid, geliefd zijn, een thuisgevoel en je geborgen voelen centraal “hoort” te staan. Wat als dit niet zo is? Wat als dit beschadigd is?

Seksueel misbruik

Bijna de helft van de vrouwen heeft wel eens te maken gehad met seksueel geweld, en 1 op de 7 meisjes heeft te maken gehad met incest als kind. Cijfers die onderzoekster theologe Adriana Balk-van Rossum gebruikte tijdens een lezing over haar promotieonderzoek en het bijbehorende uitgekomen boek met als titel “de rol van Godsbeelden in de levensverhalen van vrouwen met een incestervaring”.

Cijfers om maar aan te geven hoe vaak dit voorkomt. Naast de ernst van de situatie en het onder de indruk hiervan zijn, was deze studiemiddag net zo goed hoopgevend en richtinggevend over hoe hier mee om te gaan als samenleving, als kerk, als gezin en als mens. Het thema is onder andere door de hashtag metoo momenteel relevant en actueel, er wordt gepraat! Nu is het des te meer nodig om onszelf af te vragen hoe we er mee omgaan. Het is namelijk revolutionair dat er woorden en verhalen komen voor wat eerder in de doofpot kwam en het is bevrijdend dat de zwijgcultuur langzaamaan wordt doorbroken.  Deze studiemiddag inspireerde, versterkte en bevestigde mij persoonlijk in mijn missie en verlangen om bij te dragen aan gezonde seksualiteit en constructieve bespreekbaarheid hiervan. In een thuissituatie, in een kerk, op school en in de samenleving.

In de kerk

Kerken zijn tot dusver nog niet echt gewend om constructief te praten over seksualiteit. Ik heb weinig tot geen opbouwende preken, themavonden en  cursussen meegemaakt over seksualiteit. Laat staan dat er gepraat wordt over seksuele issues zoals seksueel misbruik en seksuele geaardheid. Terwijl kerkelijke gemeenten en christenen werkelijk kunnen bijdragen aan herstel en vertrouwen als het gaat om seksuele issues. Maar er moet wel ruimte, openheid en veiligheid zijn. Vanaf de kansel kan bijvoorbeeld worden gezegd, “in onze gemeente zijn er geen homoseksuele mensen, het komt bij ons niet voor”. Dan hou je het wel uit je hoofd om naar voren te komen met je worsteling omtrent je geaardheid, het is immers onuitgesproken toch niet toegestaan. Hetzelfde geldt voor andere seksuele kwesties, het wordt niet gezegd of besproken, dus lijkt het alsof het er niet is. En juist dit, is zo pijnlijk. De eenzaamheid en onveiligheid wordt hiermee nog eens bevestigd, het mag er niet zijn, je staat er dan alleen voor.  Terwijl het er altijd is, je lichaam, geest en ziel dragen de sporen en littekens van datgene wat je is aangedaan. Deze wonden zijn echter niet alleen te dragen en te verzorgen en verdienen dit niet.

Zwijgcultuur doorbreken

Het gaat met iemand mee, soms zie je het en soms niet. Iemand met een seksueel misbruik verleden heeft op een bepaalde manier levenslang, het is als een schaduw die altijd meegaat. Het verhaal moet echter bestaansrecht krijgen, hiermee krijgt iemand zelf bestaansrecht. Dit kunnen we doen: luisteren en het zwijgen  doorbreken: vertel eens…..Door mensen te brengen van eenzaamheid naar gemeenzaamheid, enkel en alleen door er te zijn. Geen oplossingen, verdedigingen en geen eigen verhalen. Persoonlijk doe en wil ik  dit met alle liefde doen, maar ik vind dit ontzettend moeilijk. Ik ervaar hoe pijnlijk en verdraaid lastig het is, als ik hoor wat mensen is aangedaan. Het is soms weerzinwekkend en van nature heb ik weerstand om te luisteren naar wat een kind is aangedaan door bijvoorbeeld een familielid of kerklid. Ik voel schaamte omdat ik er dan moeilijk naar kan en durf te luisteren en oprecht naar het verhaal te vragen, liever wil ik het niet horen omdat het te erg voor woorden is.  En ik voel plaatsvervangende schuldgevoelens om wat mijn mede-mensen, een ander aan hebben gedaan. Tegelijkertijd zoveel boosheid om het onrecht en machtsmisbruik wat toen is gebeurt en de machteloosheid die diegene destijds tot doodsangsten heeft gebracht. In het hier en nu balt dat zich allemaal samen tot een gevoel van met de mond vol tanden staan en niet wetende wat te doen. Het voelt dan paradoxaal dat de oproep er is de zwijgcultuur te doorbreken, als ik niet de woorden heb en in mijn lijf de onmogelijkheid en complexiteit voel van de grootheden macht en seks, goed en kwaad. Ik kan dit niet, ik kan dit niet alleen.

Licht in het donker

Toch wil ik het, en wil ik uit dit veld van machteloosheid komen. Het veld wat niet alleen binnenin mij zich afspeelt, het is een veld in de kerk en in de samenleving. Het heeft ervoor gezorgd dat het zo lang in de doofpot heeft gezeten. Mijn verlangen is dat een ieder die dit op welke manier dan ook heeft mee gemaakt zal ervaren dat hij of zij meer dan waardevol is, onschuldig is en recht heeft op bestaansrecht met diens eigen verhaal. Ik gun  diegene de ervaring van echte veiligheid. Mijn wens is dat diegene kan voelen wat leven is, leven in het hier en nu. Leven in plaats van overleven. Genietend van creativiteit, kunst, dansen, muziek, eten, natuur, van het leven. Maar hoe dan?

Samen

Naast het praktische van het luisteren en de zwijgcultuur doorbreken hebben we elkaar nodig. Ik heb een ander nodig, ik kan dit leed niet alleen dragen. Gelukkig hoeft dat ook niet, in velerlei opzichten. Uit het onderzoek kwam naar voren dat incestslachtoffers door de persoon van Jezus wel iets met het geloof konden. Jezus was het godsbeeld waarin ze erkenning, herkenning, menselijkheid, een helper en een ontfermer vonden.  In deze adventstijd, met de verwachting van de komst van Jezus op deze wereld, vind ik dit troostend en bemoedigend. Jezus is het ultieme voorbeeld in wie kwetsbaarheid en kracht naar voren komt.  Deze kracht is constructief en staat tegenover te destructieve kant, zonder de kwetsbare kant te veronachtzamen. De vonk die bij mij aanslaat in dit alles, heeft deze kracht nodig, want mijn vuur heeft iets nodig om brandend te blijven. Mijn vuur is niet onuitputtelijk.

Er is hoop

Het geloof, hoe onwerkelijk en ver weg ook in deze verhalen, is wel onuitputtelijk, op verschillende manieren onder andere door muziek. Een liedje zoals “geel”, van Elise Mannah, bekrachtigt mij dan, er ís hoop. Het liedje gezongen door iemand die geïnspireerd is door die Ene. Zij zingt, ik ontvang en kan weer delen.  We zijn niet alleen, met elkaar kunnen we dit dragen, ieder ons eigen steentje.  We kunnen met elkaar dit veld van machteloosheid, schaamte en onrecht veranderen!

Liedje ‘Geel’ behorend bij de cd Altijd, van Elise Mannah. Zie youtube voor een versie met beeldmateriaal.

Vastbijtertje

Tanden op elkaar, door de zure appel heen bijten, even doorbijten, je tanden ergens inzetten, tot de tanden toe bewapend zijn, op je tandvlees lopen en je kaken op elkaar houden. Zo maar een greep uit de hoeveelheid gezegden en spreekwoorden die gaan over je tanden en kiezen. Het interessante van een gezegde of spreekwoord is dat er vaak een kern van waarheid in zit. Het is een typische beschrijving van datgene wat er aan de hand is. Nu heb ik allemaal spreekwoorden gepakt die gaan over discipline, doorzetten, overleven en vechten.

Tandarts en therapeut

Vanuit mijn vorige beroep als tandarts en nu als therapeut vind ik dit uitermate intrigerend en vraag ik me af hoe dit fenomeen in elkaar steekt. Ik ga me hier eens in vastbijten en wil dit uit dokteren. Want ik kom het daadwerkelijk zo tegen; mensen met veel stress en spanning die letterlijk hun tanden en kiezen té vaak op elkaar zetten en hun gebit weg knarsen. Daarnaast is er vaak  continu pijn  in het hele hoofd/hals gebied doordat er een scala aan weefsel en spieren betrokken is bij je gebit op elkaar zetten. Naast het knarsen en klemmen zijn er meer destructieve activiteiten die je alleen al met je gebit en mond kunt doen, denk aan  lipbijten, wangen continu wegbijten, nagels bijten en….bijten op je pen…

Momenteel specialiseer ik me meer in werken met trauma’s en stress,  via de taal van lichaam. Een van mijn docentes vroeg ik hoe zij tegen dit fenomeen aankeek. Zij was er van overtuigd dat het staat voor boosheid. Bij boosheid zet je je tanden en kiezen op elkaar, in de dierenwereld is dit heel duidelijk zichtbaar. Maar is het echt alleen boosheid?

Wat gebeurt er in ons lichaam bij stress?

Als er dreigend gevaar is (stress) schakelt ons lichaam automatisch over naar overlevingsstrategieën, we zijn minder bewust van wat we doen, we gaan onbewust over op standje overleven. Bij stress en spanning gaat het lichaam over op functies die zorgen voor actie en arbeid. Stress en spanning kan dan in dit geval over alles gaan, op je werk, in een relatie, op een spannende plek of in een stressvolle verkeerssituatie.  Net als in de rest van het lichaam hebben we daar verschillende reacties voor. Deze reacties worden vanuit het autonome zenuwstelsel aangestuurd (AZS), we hebben hier dus niet direct invloed op. Stressreacties komen vanuit de AZS-stand “sympatisch” en gaan o.a. over verhoogde hartslag, ademhaling versnelling, aanspanning van spieren, onderdrukking van het immuunsysteem en vertraging van het spijsverteringssysteem. Het gaat om die reacties die helpen de situatie te overleven.

Stress en spanning rondom je mond

Specifiek in het gezicht en rondom de mond, zullen dan de spieren en andere weefsels zich zodanig gedragen dat er mogelijkheid is tot communiceren van bescherming en overleving. Dit kan betekenen vechten en in de aanval gaan, vrij vertaald is dat bijvoorbeeld bijten, tanden ontbloten, en/of schreeuwen. Het kan gaan om vluchten, dan is het handiger om niets te laten zien en geen energie te verspillen aan onnodige activiteiten. In het mondgebied kan dat betekenen, lippen en mond stijf op elkaar houden, een brok in de keel wegslikken, een benepen stem en maken dat je wegkomt. En als laatste kan het zich uiten in een verstijfreactie, vergelijkbaar als de vluchtreactie, alleen alles verstijfd. Dus naast mond, lippen en gebit stijf op elkaar houden, wordt je mond misschien droog en heb je helemaal niets meer te zeggen.

Lichamelijke rust

Deze overlevingsmanieren op zich zijn nodig, want zoals het woord het al zegt, het gaat over-leven. In “leven” blijven is prioriteit.  Het wordt een probleem, als deze overleving, de onrust en de stress kant niet kan stoppen. Zoals in mijn vorige blog beschreven, er is ook rust, ontspanning en herstel nodig.  Dit uit zich fysiek erin dat de ademhaling weer rustig wordt, hartslag weer verlaagd, spieren ontspannen en er tijd en ruimte is voor de werking van het immuunsysteem en het spijsverteringssysteem. Dit gaat over de parasympatische stand van het AZS. Als ik dit weer specifiek vertaal naar het mondgebied, ziet het er als volgt uit.  Je mond en gebit is ontspannen, je kunt eten proeven en verteren, je hoeft niet meer te schreeuwen maar kunt in rust meer zeggen wat er aan de hand is. Gapen, zuchten en diepe ademhaling zijn vaak tekenen van meer ontspanning.

Als het autonome zenuwstelsel in balans is dan werken  sympatisch en het parasympatisch met elkaar in balans samen.  Er is ruimte voor actie en stress, maar ook voor rust en herstel. Er is een acculader (parasympatisch) en een gaspedaal (sympatisch).

En nu de balans

Het klinkt heel logisch, teveel van het een, vraagt om het andere. Dus in geval van tandenknarsen en klemmen is er ontspanning en herstel nodig. Het is een autonoom zenuwstelsel, waar weinig controle op uitgeoefend kan worden, maar dat wil niet zeggen dat er geen beïnvloeding mogelijk is. Er is wel degelijk beïnvloeding mogelijk. Namelijk door bewustwording van die subtiele en kleine activiteiten die ons lichaam doet, en die we zelf kunnen toevoegen. Bij bewustwording van spanning in het hoofd/hals gebied kan je letterlijk even ruimte te maken voor lucht in dat gebied door een paar keer diep adem te halen. Met dat je dit doet kan je meer inzicht krijgen in wat precies de stressreactie veroorzaakte. Hoe dit proces precies werkt, bewaar ik voor een volgende blog.

Met een diepe zucht sluit ik deze materie, waar ik me behoorlijk in heb vastgebeten, af. Tijd om mijn tanden in een lekker broodje te zetten 😉

(meer gezegdes te vinden op http://www.tandplaza.nl/humor/gezegden.php, welke past bij jou?)